De RI&E-tool CHEPP is speciaal ontwikkeld voor de installatiebranche en houdt rekening met typische risico’s zoals werken op daken, ladders en steigers, en blootstelling aan vezels of stof.
Ja, ook na een eerdere goedkeuring moet de werkgever opnieuw instemming vragen zodra de RI&E of het plan van aanpak wordt gewijzigd of aangevuld.
Til altijd vanuit de benen en niet vanuit de rug, om overbelasting van de onderrug te voorkomen.
De juiste hoek voor knieën en heupen bij beeldschermwerk is ongeveer 90 graden, met de voeten plat op de grond of op een voetsteun.
Nee, naast de RI&E gelden ook specifieke verplichtingen zoals voorlichting, het aanbieden van persoonlijke beschermingsmiddelen en, afhankelijk van het bedrijf, bedrijfshulpverlening (BHV).
Ja, werknemers zijn verplicht om veiligheidsmaatregelen te volgen, risico’s te melden bij de werkgever en actief bij te dragen aan een gezonde werkplek.
Voorlichting zorgt ervoor dat werknemers de risico’s van hun werk kennen en weten hoe ze veilig moeten handelen, bijvoorbeeld via een toolboxmeeting of instructie bij het werken met gevaarlijke stoffen.
Dit omvat onder meer fysieke risico’s zoals valgevaar, blootstelling aan gevaarlijke stoffen, schadelijk geluid, en de organisatie van voorlichting en risicobeheersing via de RI&E.
Werken in een kruipruimte is lichamelijk zwaar. Daarom zijn er grenzen aan hoe lang je daar mag werken. De werk- en pauzetijden hangen samen met de hoogte van de kruipruimte.
· Breng maximaal 4 uur per dag door in een kruipruimte.
· Is de kruipruimte hoger dan 100 cm? Dan mag je maximaal 1,5 uur achter elkaar in de kruipruimte werken. Neem daarna minimaal 10 minuten pauze. Hiervan moet je minstens 5 minuten buiten de kruipruimte doorbrengen.
· Is de kruipruimte 60 tot 100 cm hoog? Dan mag je maximaal 1 uur achter elkaar in de kruipruimte werken. Neem daarna minimaal 10 minuten pauze. Hiervan moet je minstens 5 minuten buiten de kruipruimte doorbrengen.
· Is de kruipruimte lager dan 60 cm? Dan mag je deze alleen betreden voor een inspectie en geldt een maximale aaneengesloten verblijfsduur van één uur, gevolgd door minimaal 15 minuten buiten de kruipruimte.
De genoemde maximale verblijfstijden in de kruipruimten zijn bovengrenzen en geen streeftijden. De feitelijke verblijfsduur in de kruipruimte moet zo kort mogelijk worden gehouden. Houd daarbij rekening met onder andere de werkhouding, fysieke belasting, temperatuur, bereikbaarheid, aard en zwaarte van de werkzaamheden en overige omstandigheden in de kruipruimte.
Wat kun je doen om de belasting te verminderen?
· Blijf niet langer in de kruipruimte dan nodig. Houd je altijd aan de voorgeschreven werk- en pauzetijden.
· Voer werkzaamheden zoveel mogelijk buiten de kruipruimte uit. Ga alleen de kruipruimte in als dat echt nodig is.
· Bij langdurig of fysiek zwaar belastende werkzaamheden kan het zinvol zijn om werkzaamheden tussen collega’s te verdelen of af te wisselen.
· Pas waar mogelijk taakroulatie toe. Wissel werkzaamheden in de kruipruimte af met werkzaamheden buiten de kruipruimte, zodat je lichaam voldoende gelegenheid krijgt voor herstel.
Kort gezegd
Hoe korter je achter elkaar in een kruipruimte werkt, hoe beter. Door regelmatig pauze te nemen en werkzaamheden waar mogelijk buiten de kruipruimte uit te voeren, werk je veiliger én gezonder.
De arbocatalogus beschrijft hoe werkzaamheden veilig kunnen worden uitgevoerd. Afwijken van de uitgangspunten uit de arbocatalogus is mogelijk wanneer de werkgever vooraf kan aantonen dat een andere werkwijze net zo veilig en gezond is. In de praktijk zal dit moeten worden onderbouwd met een locatiespecifieke risicoafweging.
Welke onderbouwing is nodig?
Wijk je af van de arbocatalogus, dan moet je kunnen onderbouwen waarom er toch veilig gewerkt kan worden en hoe een noodsituatie onder controle blijft. Hiervoor is meestal een locatiespecifieke Taak Risico Analyse (TRA) nodig. Alleen kunnen communiceren of alarm slaan is daarvoor niet voldoende. In de TRA worden de risico’s van de situatie in kaart gebracht. Ook wordt onderbouwd waarom de gekozen werkwijze minstens zo veilig is als de werkwijze uit de arbocatalogus. Bij een grotere kruipafstand is het belangrijk dat vooraf duidelijk is aangetoond dat een medewerker die op de verst gelegen werkplek onwel wordt of gewond raakt, op tijd kan worden gevonden, bereikt en uit de kruipruimte kan worden gehaald. In de TRA moet ten minste worden meegenomen:
· De hoogte van de kruipruimte
· De feitelijke kruipafstand
· De aanwezigheid van obstakels
· De bodem van de kruipruimte (vochtig/nat, zijn obstakels goed zichtbaar)
· De mogelijkheid om snel te vluchten
· De bereikbaarheid voor hulpverlening
· De wijze waarop een niet-zelfredzame medewerker uit de kruipruimte kan worden gered
· De duur van de werkzaamheden
· De fysieke belasting die de werkzaamheden en kruipafstand veroorzaken. Hierbij moet rekening worden gehouden met de aard en zwaarte van de werkzaamheden en de belastbaarheid van de specifieke medewerkers. Wanneer individuele medische geschiktheid een rol speelt, behoort de beoordeling daarvan tot de deskundigheid van de bedrijfsarts.
· Atmosfeer van de kruipruimte (gevaarlijke stoffen, zuurstoftekort, biologische agentia, brand- of explosiegevaar)
· De aanwezigheid van communicatie- en alarmeringsvoorzieningen
· De aard van de werkzaamheden (inspectie, montage, storing, etc.).
Wat kunnen aanvullende beheersmaatregelen zijn?
Welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn hangt af van de specifieke situatie. Je kunt in algemene zin denken aan de volgende beheersmaatregelen:
· Inspecteer de kruiproute vooraf en maak hem volledig vrij van obstakels, puin en scherpe delen
· Overweeg afhankelijk van de TRA het werken met twee personen, een mangatwacht of aanvullende alarmeringsvoorzieningen (zoals een man down systeem, inactiviteitsdetectie, lone worker systeem). Hiermee kan de medewerker snel worden gelokaliseerd.
· Regel voldoende verlichting over de volledige kruiproute en zorg dat de verlichting niet kan uitvallen
· Gebruik communicatiemiddelen en zorg voor continu contact tussen medewerker in de kruipruimte en de mangatwacht
· Beoordeel of er een risicovolle atmosfeer is, zijn er gevaarlijke stoffen aanwezig, denk ook aan biologische agentia en pas de beheersmaatregelen uit de arbocatalogus veilig werken in kruipruimten toe.
· Stel energiebronnen en installatiedelen die gevaar kunnen opleveren veilig
· Beperk de verblijfsduur in de kruipruimte
· Voer extra rust- en herstelmomenten in
· Overweeg een reddingslijn of andere voorziening die de hulpverlening en de vindbaarheid van de medewerker ondersteunt. Beoordeel in een TRA of een reddingslijn de redding niet bemoeilijkt door obstakels, verstrikkingsgevaar of de inrichting van de werkruimte.
· Zorg dat reddingsmiddelen beschikbaar zijn
· Beperk de hoeveelheid mee te nemen materiaal en gereedschappen in de kruipruimte
· Zorg voor een duidelijke route naar de werkplek
· Oefen vooraf met vluchtroutes en noodprocedures.
Belangrijk
Vooraf moet worden vastgesteld hoe een medewerker bij een incident tijdig kan worden gelokaliseerd, bereikt en uit de kruipruimte kan worden gered.