20 Dec

Voortgang aanpassingen asbeststelsel

Staatssecretaris Wiersma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft per brief de Tweede Kamer ingelicht over de stand van zaken rondom de meerjarenaanpak (verschenen in 2018) van arbeidsomstandigheden binnen het asbeststelsel.

Lees de brief van de staatssecretaris van SZW.

Uitgangspunten van de verbeteringen zijn:

  • Bescherming van werkenden tegen de risico’s op blootstelling bij asbestverwijdering;
  • Maatregelen voor betere gezondheidsbescherming die niet onnodig duur en complex zijn;
  • Daarbij kijkend naar feitelijke risico’s van asbestblootstelling.

De meerjarenaanpak betreft onder andere:

  • Het doorvoeren van wijzigingen in de arbowetgeving, zoals
    • De koppeling van certificatievereiste aan het soort asbesttoepassing;
    • Differentiatie in wettelijke verplichtingen afhankelijk van het blootstellingsrisico;
    • Harmonisatie van de uitzonderingen op de inventarisatieplicht en de toevoeging van enkele uitzonderingen;
    • Voorschriften duidelijker en beter handhaafbaar maken;
    • De verankering in de wet van het instrument SMART-nieuwe stijl.
  • Met het vernieuwde instrument SMART-nieuwe stijl (SMART-ns) kunnen asbestverwijderaars het verwachte blootstellingsniveau vaststellen en weten zij aan welke wettelijke verplichtingen zij moeten voldoen.
  • Het Validatie- en Innovatiepunt Asbest (VIP), een team van deskundigen uit verschillende disciplines, beoordelen innovatieve werkwijzen. Veiligheid van de asbestverwijderaars staat daarbij voorop.
  • Verkenning van verbetermogelijkheden voor de eindbeoordeling van een ruimte na asbestverwijdering, zodat deze weer veilig betreden kan worden. Een aantal verbeteringen in de eindbeoordeling is inmiddels in de regelgeving opgenomen. Over eventuele vervolgstappen vindt overleg plaats met de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Infrastructuur en Waterstaat.

Wat zegt de Arbowet?
Werkgevers moeten maatregelen nemen om gezondheids- en veiligheidsrisico’s van het werken met gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Als er een wettelijke grenswaarde voor een gevaarlijke stof bestaat, dan moet de werkgever maatregelen nemen om de blootstelling aan de stof onder die grenswaarde te houden.
Bij kankerverwekkende stoffen moet de werkgever stappen zetten om de blootstelling altijd zo laag mogelijk te maken, zelfs als deze al lager is dan de grenswaarde.
Als er geen wettelijke grenswaarde bestaat, moet de werkgever zelf een bedrijfsgrenswaarde vaststellen.

Schrijf je in en ontvang de nieuwsbrief