Gevaarlijke stoffen moeten worden opgeslagen conform de wettelijke richtlijnen, waaronder de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) 15, zoals in goed geventileerde ruimtes, met geschikte containment en gescheiden van onverenigbare materialen.
Risico’s kunnen worden geïdentificeerd door veiligheidsinformatiebladen (MSDS), etikettering en door risico-evaluaties die zijn opgenomen in de toolbox. Je kunt ook de Schadelijke Stoffen Assistent van ArboTechniek raadplegen.
De toolbox bevat chemische stoffen, biologische agentia, radioactieve materialen, brandbare materialen en explosieve stoffen, evenals andere materialen die schadelijk kunnen zijn voor mens of milieu.
Klasse 8 omvat stoffen die bijtend zijn en chemische brandwonden kunnen veroorzaken bij contact met de huid of materialen, zoals zwavelzuur en natronloog. Ze moeten apart van andere gevaarlijke stoffen worden opgeslagen om reacties te voorkomen.
Klasse 1 omvat stoffen en voorwerpen die explosief zijn en risico’s van explosies met zich meebrengen, zoals vuurwerk, springstoffen en munitie. Deze stoffen worden verder onderverdeeld in subklassen op basis van het explosiegevaar.
Gevaarlijke stoffen worden geclassificeerd volgens internationaal erkende systemen zoals het ADR (Accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route) en GHS (Globally Harmonized System of Classification and Labelling of Chemicals). Deze systemen beoordelen de fysische, gezondheids- en milieugevaren van stoffen.
Zowel de werkgever als de werknemer zijn verantwoordelijk. De werkgever zorgt voor training, de werknemer voert de LMRA uit.
De taak en omgeving worden geïnspecteerd op gevaren zoals valrisico’s, onveilige machines of gevaarlijke stoffen.
Elke keer voor de aanvang van werkzaamheden, vooral bij veranderende omstandigheden of nieuwe materialen.
Het doel van een LMRA is om direct voor aanvang van een taak risico’s te identificeren en maatregelen te nemen om ongevallen te voorkomen.