Kruipruimte

Vakmensen in de installatie- en isolatiebranches hebben regelmatig te maken met werken in kruipruimten. Dit heeft een aantal risico’s, bekijk daarom altijd eerst of het werken in de kruipruimte wel echt nodig is. Deze risico’s en maatregelen zijn vastgelegd in het onderdeel Werken in kruipruimten van de Arbocatalogus.

Een kruipruimte is een lage ruimte tussen de bodemafsluiting en de begane grond of vloer. De kruipruimte kan worden bestemd voor installatieleidingen. Het werken in een kruipruimte is een risicovolle activiteit.  Als de werkzaamheden in kruipruimten noodzakelijk zijn, voer deze dan op een veilige en gezonde manier uit. Houd hierbij de volgende richtlijnen aan:

  • De minimale maat van een kruipruimte is 62 x 100 cm. De minimale hoogte van een kruipruimte is 80 cm, waarbij onder balken en andere obstakels een vrije doorgang van 60 cm mogelijk is.
  • De maximale afstanden tot een kruipruimte zijn:
    7,5 meter bij een hoogte kleiner dan 80 cm.
    18 meter bij een hoogte van 80 cm of meer.
  • Medewerkers mogen maximaal één uur aaneengesloten werken in kruipruimten die lager zijn dan 60 cm. Voor kruipruimten die hoger zijn geldt een maximale werkduur van anderhalf uur. Daarna is een verblijf van 15 minuten buiten de kruipruimte verplicht.

Maatregelen
Om veilig en gezond te werken in kruipruimten moet je onder andere de volgende maatregelen te treffen:

  • Ga na of de toegang voldoende ruimte biedt voor medewerker, de gereedschappen en de materialen
  • Gebruik losse verlichting alleen met een veilige spanning. Dat wil zeggen spanning die niet hoger is dan 50 V bij wisselspanning of 120 V rimpelvrij bij gelijkspanning
  • Maak een inventarisatie of er een vermoeden is van een onveilige atmosfeer

Ga aan de slag!
De bovenstaande risicovragen en maatregelen zijn slechts enkele voorbeelden. Voor een volledig overzicht van risico’s en maatregelen kun je de Arbocatalogus Werken in kruipruimten raadplegen. Of ga rechtstreeks naar de toolboxen.

Schrijf je in en ontvang de nieuwsbrief